Portretfoto Yvonne Jagtenberg door A. Kranenborg. Over 25 jaar schrijverschap

Interview met Yvonne Jagtenberg: 25 jaar schrijverschap

4 maart, 2026

‘Pas je niet aan! Maak wat je denkt te moeten maken.’ 

In dit interview met Yvonne Jagtenberg blikken we terug op 25 jaar schrijverschap van de bekroonde kinderboekenmaker. Met een eigenzinnig en veelzijdig oeuvre heeft ze een herkenbare plek veroverd in het Nederlandse kinderboekenlandschap. Van haar eerste boeken tot De wirwarwezels: een gesprek over inspiratie, schrijven, illustreren en het kinderboekenvak. 

Yvonne Jagtenberg (1967) begon haar loopbaan in de beeldende kunst, maar maakte begin jaren 2000 de overstap naar het kinderboek – en met succes. In 2002 ontving ze het Charlotte Köhler Stipendium voor haar gehele oeuvre. En de prijzen bleven komen: Hondje, de enige echte werd verkozen tot een van de Best Verzorgde Boeken 2016 en bekroond met het Zilveren Penseel. Met Mijn wonderlijke oom won Yvonne in 2019 het Gouden Penseel, gevolgd door opnieuw een Gouden Penseel in 2020 voor Hup Herman! – twee jaar op rij, echt een uitzonderlijke prestatie. Naast haar kinderboeken schreef Yvonne scenario’s voor films en documentaires, onder meer voor het tv-programma Het Uur van de Wolf.

In dit interview kijken we met Yvonne terug én vooruit op haar 25 jaar schrijverschap.

Je begon als beeldend kunstenaar. Hoe kwam je uiteindelijk in het kinderboekenvak terecht?
Interview Yvonne Jagtenberg - beeldend werk

Ik ben opgegroeid met boeken en was een echte lezer. Ook door mijn studie docent basisonderwijs ben ik een lange tijd met jeugdliteratuur bezig geweest. Op een dag heb ik de stoute schoenen aangetrokken en de trein naar Amsterdam genomen om bij uitgeverij Meulenhoff aan te bellen. Het adres had ik gekregen van mijn oud-oom, die grafisch ontwerper en illustrator was. Ik werd keurig binnengelaten en na een uur ging ik met een opdracht naar huis. Het was een educatief boekje.

Maar het tekenen voor een leesboek bleek niks voor mij. Ik raakte volledig in een kramp van de tekst en de beperkte ruimte die ik kreeg in de plakproef. Ik was een schilder, gewend aan grote doeken en olieverf. Het enige wat ik meenam van deze ervaring was dat ik iets wilde met boeken. Daarna heb ik jaren veel getekend voor anderen, om meer handigheid te krijgen in tekenen. Maar ik kon mijn ei niet kwijt. Pas toen ik erbij ging schrijven, voelde het alsof ik weer mocht ademen. Mezelf mocht zijn.

Hoe werkt je achtergrond als beeldend kunstenaar door in de manier waarop je verhalen vertelt en beelden maakt?

Mijn beeldend onderzoek doe ik nu op papier in plaats van op het doek. De uitdaging zit voor mij in het feit dat ik het grote gebaar – waar ik van ben – in een boekformaat probeer te stoppen. Als me dat lukt ben ik blij.

Hoe zou je je handschrift als maker omschrijven?

Ogenschijnlijk naïef. Het ziet er heel spontaan uit, maar ik stop veel lagen in mijn werk, zowel in het schrijven als in het beeld. De illustraties vertellen daardoor een eigen verhaal. En ik denk na over elke streep en vorm. Dat gaat vanzelf eigenlijk. Ik kan niet anders. Het is voor mij een vorm van zingeving. Zomaar een plaatje bij een praatje maken vind ik de moeite niet.

Op welke momenten uit die 25 jaar kijk je het meest terug?

De hoogtepunten waren de exposities in Japan en New York. Het bezoeken van die plekken waar mijn werk hing tussen dat van Fiep en Max. Met Eric Carle in gesprek kunnen over je werk en ’s avonds met hem dineren. En natuurlijk de momenten dat ik Goud won, en het Kinderboekenweekprentenboek voor de CPNB mocht maken. En dat Hup Herman! een voorleesopera werd. Maar ook het meewerken aan de Het Uur van de Wolf-documentaire Alex Roeka – Engel en Beest. Eigenlijk ervaar ik elk boek of scenario en elke expositie als toch weer zo’n moment. Zo’n hoogtepunt. Als een klein stipje op een landkaart: ‘Berg beklommen. Mooi daar!’

Interview Yvonne Jagtenberg - illustraties exposeren
Was er een moment waarop je dacht: nu ben ik echt schrijver en illustrator van kinderboeken?

Met het winnen van het Charlotte Köhler Stipendium wist ik dat ik op de goeie weg was. In het juryrapport stond ‘alsof Jagtenberg nu pas is begonnen’. En zo voelde het ook. Ik had mijn autonomie weer terug, die essentieel is voor mij als kunstenaar.

Wanneer weet je dat een boek ‘af’ is en losgelaten kan worden? Is dat gevoel door de jaren heen veranderd?

Dat is lastig uit te leggen. Maar als het verhaal rond is. En alle lijnen en lagen samenkomen. Soms kan een beeld of een hoofdstuk tot het laatste moment blijven irriteren. Maar dan blijkt het op de verkeerde plek te staan. Of je legde de nadruk op het verkeerde moment. Grote stappen durven zetten vind ik belangrijker dan het perfecte plaatje.

Hoe kom je op ideeën voor je boeken, en hoe werkte dat bij De wirwarwezels?

In mijn hoofd waaien er ideeën rond. En als ze lang genoeg rond hebben gewaaid dan vallen ze net als blaadjes in het bos ineens voor mijn neus op de grond. Ik hoef ze alleen nog maar op te pakken en te verwerken in een verhaal. De wirwarwezels begon met een idee over een warrige beer, een prentenboek-idee. Maar die beer had ook een tegenspeler nodig, vond ik. En voordat ik het wist had ik een wezel met een croptop aan getekend. Dat werd Bub. En toen was er nog een wezel. Arti. Zo ontstond het duo de wirwarwezels. Ze bleken al meteen vol verhalen te zitten. Ik kon niet meer stoppen met schrijven. Herkenbare, filosofische avonturen vol humor. Ik heb niet het idee dat ikzelf een grote rol speel hierin. Mijn karakters komen op mijn pad en ik huppel een tijd met ze mee. Zo ervaar ik dat.

Interview Yvonne Jagtenberg: Hoe kom je op ideeën? Schets van de wirwarwezels.
Wat is er veranderd in het kinderboekenvak sinds je begon, en wat is juist hetzelfde gebleven?
Interview Yvonne Jagtenberg en Herman

De socials hebben gemaakt dat wij als boekenmakers bereikbaar zijn voor ons publiek. Iedereen is op de hoogte van wat er verschijnt en gemaakt wordt. Men reageert direct op je werk. Al scrollend kunnen mensen en makers bij elkaar in de keuken kijken. Daardoor zie ik dat het werk vaak meer en meer over techniek gaat in plaats van over eigenheid of inhoud. Dat is wat er veranderd is. Dat we onszelf daar ook profileren, voelt voor mij nog steeds onnatuurlijk. Alsof je een kind bent dat steeds haar werk aan haar ouders laat zien: ’Kijk eens wat ik gemaakt heb? Kijk eens wat ik kan? Vind je mij niet knap!’

Daarom hou ik het altijd een beetje licht. De generatie voor ons kon op een zolderkamer gaan zitten werken, zonder zich voortdurend met de buitenwereld bezig te houden. Boeken zijn daarmee een soort waan van de dag geworden. Maar er blijven ook nog steeds boeken komen die langer meegaan dan een jaar. Ik denk dat dat onveranderd is.

Welke tip had jij zelf 25 jaar geleden graag willen krijgen?

Pas je niet aan! Maak wat je denkt te moeten maken.

Wat houdt je als maker op dit moment het meest bezig of nieuwsgierig?
Interview Yvonne Jagtenberg aan het werk

Ik ben na elk boek weer nieuwsgierig naar welk verhaal er nu weer uit mijn pen gaat komen, en in welke vorm. De ene keer wordt het een voorleesboek, de andere keer een prentenboek, een jeugdroman of documentaire. De inhoud bepaalt de vorm. Ik hoop dat ik nog de tijd krijg alles te kunnen vertellen, wat ik belangrijk vind om mensen mee te geven. Het leven gaat zo snel!

Meer Yvonne Jagtenberg?

Bekijk haar prentenboeken bij uitgeverij Gottmer. Haar jeugdboeken worden uitgegeven bij uitgeverij Querido. Je kunt Yvonne ook vinden op haar website, Instagram en Facebook. Lees ook dit andere interview dat we in 2022 met Yvonne Jagtenberg deden.